Nederlandse versie
logo

Psychoanalyse en residentiële therapie

(Traduction en préparation)


Een verblijf in een residentieel psychoanalytisch centrum kan een uitweg bieden, wanneer een ambulante psychotherapie dreigt vast te lopen of wanneer psychisch lijden via spreken niet of onvoldoende mobiliseerbaar is gebleven. In een veilige omgeving buiten de vertrouwde levenscontext –een kliniek laat een grotere mogelijkheid tot containen toe- wordt een programma van verbale (individuele en groepspsychotherapie,…) en non-verbale (muziektherapie, lichaamswerk, drama, psychomotorische therapie,…) sessies aangeboden, die even zovele scènes vormen waarop de nog niet gesymboliseerde innerlijke wereld van de opgenomen patiënt kan uitgebeeld worden. De begeleiding door een multidisciplinair team dat door het psychoanalytisch gedachtegoed geïnspireerd is, én het intens samenleven in kleine groepen van 6 à 8 personen (ook buiten de therapiebeurten om, tijdens het samen ontbijten, de vrijetijdsbesteding, het overnachten in eenzelfde paviljoen van het centrum,…) genereren een waaier van niet geplande, verrassende ontmoetingen, confrontaties, botsingen en ‘oude’ maar tegelijkertijd ook nieuwe ‘liefdeshistories’. Deze kunnen, mits bewerking, een stilgevallen innerlijke ontdekkingstocht onverwacht weer in beweging brengen, of tot voor de opname vreemd gebleven, niet toegankelijke, afgesplitste, uitgeageerde delen van de persoon alsnog zichtbaar en integreerbaar maken.

Clinique

De -althans in een eerste termijn van het verblijf- minder eenzijdige nadruk op verbaliseren (woorden kunnen immers doorheen een ambulant proces weerstand geworden zijn, vijand van mentaliseren) én de grotere tolerantie binnen de kliniek voor ageren als potentiële vraag om erkenning van wat voordien niet gedacht, gehoord, beluisterd werd, openen nieuwe perspectieven, die toelaten de vicieuze cirkel van de demonische herhalingsdwang gemakkelijker te doorbreken. Het uitdrukkelijker creëren van ruimte voor beleven, ervaren, maakt het -in resonantie met de interne objecten van andere groepsleden- onbewust ‘vertellen’, het opvoeren van innerlijke drama’s waarvoor de patiënt in zijn ambulante therapie nog geen woorden vond, mogelijk. Wat tot voor de opname onbelicht en in het duister bleef, wordt nu aan de patiënt, vroeg of laat, als in een spiegel door de begeleidende staf en de leefgroep getoond.

Anders dan in een klassieke ambulante opstelling waarbij belangrijke figuren uit de levensgeschiedenis van de analysant in de overdracht naar de analyticus doorheen de jaren één voor één de revue passeren, worden in een kliniek overdrachten –versneld- verspreid en/of uitgesplitst over de verschillende teamleden, de leden van de leefgroep en de instelling als geheel. Elk teamlid heeft zijn eigen unieke levensgeschiedenis, zijn sterke en kwetsbare kanten, zijn intieme gevoeligheden en affiniteiten voor bepaalde problematieken en net die verscheidenheid verhoogt de kans op een geslaagde ontmoeting met de innerlijke wereld van de patiënt. Dat de multidisciplinaire equipe op geregelde momenten van de week bijeenkomt, om hun -soms haaks op elkaar staande, botsende- tegenoverdrachten en uiteenlopende visies op de patiënt samen te leggen, samen te denken, en vervolgens het resultaat van die reflectie zonder ageren op passende wijze via woorden (interpretatie) aan de patiënt probeert terug te geven, is een niet zelden op (onbewuste) weerstanden stotende maar wezenlijke opdracht bij residentieel klinisch werk. ‘De derde’ is hier dus veel evidenter aanwezig dan in een ambulante praktijk en maakt de toegang tot een geïntegreerd beeld van de innerlijke structuur van de patiënt gemakkelijker. Dit collectief doorwerken van de tegenoverdracht voorkomt ook destructieve splijtingen tussen de verschillende disciplines ( de verpleegkundigen bijvoorbeeld tegenover de therapeuten) of het verzanden in een ontmoedigend en mortificerend therapeutisch proces.

Ook supervisiemomenten in kleinere of grotere groepen, al dan niet in aanwezigheid van een extern, buiten de kliniek staande deskundige, waarbij de verschillende teams en zelfs de instelling in zijn geheel als het ware op de divan worden gelegd, voorkomen dat patiënten ongeweten inspelen op blinde vlekken van het team en van de kliniek. Welke bewuste en onbewuste criteria worden bijvoorbeeld gehanteerd bij het aanwerven van nieuwe personeelsleden en door wie? Hoe beïnvloedt de persoonlijke levensgeschiedenis van de hoofdgeneesheer het reilen en zeilen van de kliniek? En hoe resoneren de intieme ervaringen en het onbewuste van de medewerkers met de dromen en de ambities van de residentie? Wie wordt in de kliniek of binnen het team door wie benijd en wie voelt zich door wie gebruikt, misprezen of genegeerd? Wat betekent het dat een bepaald teamlid systematisch door patiënten als ‘de goede’ uitgekozen wordt en een ander teamlid keer op keer als ‘de slechte’? Deze en nog veel andere gelaagde kwesties in hun delicaatheid en complexiteit proberen begrijpen, en fijngevoelig en constructief aanwenden in de dagdagelijkse kleine en grote ontmoetingsmomenten met patiënten en met elkaar, garandeert een voldoende ‘gezond’, levendig en authentiek psychoanalytisch denken en houdt ontmoediging en repetitief, steriel werken op afstand.

Ook al heeft residentiële psychoanalyse zijn ‘eigenaardigheid’ en specificiteit, zijn troeven en zijn beperkingen, toch blijven de doelstellingen ervan voor de analyticus vrij dicht liggen bij die van een ambulante psychotherapie. Het creëren van een niet te strak of niet te los zittende psychische huid die een betere afgrenzing van binnen en buiten toelaat en een verhoogde capaciteit om psychisch lijden te lijden (mentaliseren, containen), het goed doorwerken van aan de oedipale fase verbonden opdrachten (ook al dringt een preoedipale problematiek zich vaak hardnekkiger en zichtbaarder op), het minder herhalen en meer herinneren en doorwerken, het favoriseren van een proces van permanente verandering van omgang met de interne wereld en de interne objectrelaties, een minder eenzijdig en rigide hanteren van (vooral primitievere) verdedigingsmechanismen, zijn maar enkele van de ook in ambulante psychoanalytische psychotherapie nagestreefde doelen. In die zin vormt een residentieel verblijf –tenminste als één en ander ‘voldoende goed’ verlopen is- een ‘ideale’ voorbereiding voor ambulant psychoanalytisch werk. Dat de in de kliniek werkende psychoanalytici met beide settings vertrouwd zijn, maakt het –ook voor de analysant- evidenter om de brug te maken.

E-JOURNAL "Psychoanalysis today"


Allez lire l'E-JOURNAL édité en cinq langues, un projet commun de l'Association Psychanalytique Internationale (API / IPA), de la Fédération Européenne de Psychanalyse (FEP / EPF) et des Fédérations des deux Amériques:

Logo

FONDATION JEAN LAPLANCHE

La "Fondation Jean Laplanche - Nouveaux fondements pour la psychanalyse" est une fondation de l’Institut de France placée sous la présidence scientifique de Christophe Dejours. Elle a pour but "de contribuer au développement de la psychanalyse en France et à l’étranger, dans l’esprit qui a inspiré la vie scientifique du fondateur". PhotoJean Laplanche a dirigé la Bibliothèque de psychanalyse (P.U.F.), Voies nouvelles en psychanalyse et Psychanalyse à l’université. Il a de plus dirigé la publication d’une nouvelle traduction des œuvres complètes de Freud (OCP/ Psychanalyse, P.U.F). Il est l’auteur de nombreux ouvrages, articles et conférences.

Cliquez ici pour ouvrir le site web de cette Fondation.

Recherchez un psychanalyste


Introduisez un nom ou un code postal, choisissez une langue et une spécialité dans le formulaire ci-dessous ou sélectionnez une ville, une province ou une ville listée ci-dessous.

Lancer la recherche

Accès membres

Accédez à l'ESPACE MEMBRES

Mot de passe oublié

Introduisez votre adresse email pour recevoir un nouveau mot de passe.

Recevoir un nouveau mot de passe

SBP - Tous droits réservés. Graphisme et développement Nicolas Rome - CMS Nectil